De vragen behandelen de verschillende aardrijkskundige thema’s en vaardigheden uit de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs.

Opgelet: de leerlingen mogen ENKEL in tweede ronde een atlas ("Plantyn Algemene Wereldatlas” of “De Boeck Atlas”) gebruiken.

 

Verworven basiskennis eerste ronde

Parate kennis van landen, rivieren, reliëfvormen, werelddelen, zeeën ... (vb. Google Earth beelden situeren).

De leerlingen kunnen:

  • op kaarten aanduiden en benoemen:
    • continenten en oceanen
    • de belangrijkste reliëfeenheden en rivieren
    • de belangrijkste staten
    • natuurlijke en menselijke aardrijkskundige entiteiten
  • bestudeerde regio’s en thema’s op eenvoudige thematische wereldkaarten situeren.
  • aan de hand van voorbeelden horizontale en verticale ruimtelijke relaties herkennen.
  • de eigenheid van regio’s beschrijven aan de hand van natuurlijke en menselijke kenmerken
  • op een eenvoudige manier enkele fysisch-aardrijkskundige kenmerken van een bestudeerde regio verklaren.
  • aan de hand van regionale voorbeelden redenen opnoemen die de lokalisatie, de spreiding en de eventuele wijzigingen verklaren van:
    • landbouwactiviteiten
    • industriële activiteiten
    • tertiaire activiteiten
  • in verband met een economische activiteit in een regio het bestaan van stromen van goederen of personen illustreren
  • op basis van demografische kenmerken en hun evoluties enkele demografische situaties in de wereld beschrijven en enkele verklarende factoren aangeven
  • de verstedelijking en haar evolutie in een regio in relatie brengen met aardrijkskundige factor
  • op een eenvoudige manier de natuurlijke en menselijke oorzaken van milieuproblemen in een gebied verklaren en er de gevolgen voor mens, natuur en milieu uit afleiden.
  • op een eenvoudige manier de impact verklaren van:
    • politieke invloedsfactoren op kenmerken van aardrijkskundige entiteiten
    • de technologische evolutie op de kenmerken van de aardrijkskundige entiteiten
  • verbanden leggen tussen levenswijze, cultuur en leefmilieu.

 

Vaardigheden

De leerlingen kunnen:

  • de lokalisatie van verschijnselen, ruimtelijke gegevens en aardrijkskundig relevante gebeurtenissen uit de actualiteit opzoeken.
  • de herkomst van een aantal producten in diverse informatiebronnen opzoeken en lokaliseren.
  • aan de hand van verschillende informatiebronnen aardrijkskundige informatie over de belangrijkste natuurlijke en menselijke kenmerken van een gebied opzoeken en creatief verwerken.
  • aardrijkskundige entiteiten afbakenen op basis van verschillen en gelijkenissen van enkele natuurlijke of menselijke aardrijkskundige kenmerken
  • op een eenvoudige manier aardrijkskundige gegevens cartografisch voorstellen
  • zelfstandig een aangepast en beperkt aardrijkskundig onderzoek uitvoeren met aandacht voor:
    • analyse van een aardrijkskundig verschijnsel
    • zoeken en selecteren van relevante informatie
    • een samenhangende presentatie van een aantal bevindingen
    • het formuleren van een eigen standpunt rond mogelijke bevindingen.